De eerste High School Musical-film kwam zo’n 20 jaar geleden uit. Misschien een pijnlijk puntje om te beseffen dat je deze nummers tot op de dag van vandaag met volle borst mee kan zingen, maar je bent niet de enige. De film had tenslotte ook een sing-alongversie, waarbij de songteksten gewoon in beeld verschenen, zodat het publiek massaal kon meezingen. Die sing-along-mentaliteit is inmiddels ook bij ons goed ingeburgerd. Geen wonder dat diezelfde nummers ook tijdens een avondje karaoke worden meegezongen. Of het nu een sing-along-vertoning is of een karaoke booth: in beide gevallen wordt er een auteursrechtelijk beschermd muziekwerk openbaar gemaakt. En dat roept een vraag op: hoe zit dat eigenlijk en moet daarvoor worden betaald?
Je hebt vast weleens gehoord van BumaStemra. Maar zegt FEMU je iets? FEMU staat voor Federatie van Muziekauteurs en Uitgevers. Dit is een collectieve beheersorganisatie op het gebied van auteursrechten voor grafische reproductie. Makkelijker gezegd: zij zorgen ervoor dat jouw favoriete auteurs kunnen verdienen aan jouw karaoke-avondje. Zonder hun liedjes en teksten, geen karaoke. En dan denk je: is BumaStemra niet ook een collectieve beheersorganisatie voor auteursrechten? Klopt, maar er zit nog wel een verschil tussen die twee. Goed om te weten dus als auteur, muziekuitgever of muziekgebruiker. Over dat laatste begrip: met muziekgebruiker bedoelen we niet de eigenaar van Het Gouden Keeltje, maar de horeca-uitbater die een sing-along-sessie opzet of karaoke aanbiedt.
Maar eerst; wat is een collectieve beheersorganisatie?
Collectieve beheersorganisatie
De wet omschrijft een collectieve beheersorganisatie vrij formeel. In de kern komt het op het volgende neer: het is een organisatie die namens een groep rechthebbenden (denk aan componisten, tekstschrijvers of uitgevers) auteursrechten beheert. Die rechthebbenden dragen hun rechten (of een deel daarvan) over aan de organisatie, die vervolgens namens hen licenties verleent, geld int en dat weer aan hen uitkeert. Het collectieve aspect draagt eraan bij dat ze met een grotere groep betere licentievoorwaarden bij muziekgebruikers kunnen afdwingen. Soms hebben deze partijen een wettelijk- of feitelijk monopolie om hun taak uit te voeren. Daar is vast wat op aan te merken, maar daar gaat dit blog niet over.
Anyway, BumaStemra en FEMU zijn – net als Sena en NORMA – voorbeelden van zo’n collectieve behoorsorganisatie of “CBO”. Het verschil zit ’m in welk recht ze precies beheren.
Het verschil
FEMU
Namens de bij FEMU aangesloten rechthebbenden kan FEMU toestemming geven voor het openbaar maken en verveelvoudigen van songteksten en bladmuziek. Zoals FEMU zelf stelt, exploiteert zij het “grafische reproductierecht voor de verveelvoudiging en/of openbaarmaking van bladmuziek”.
Toestemming voor muziekgebruik
Die toestemming is vereist als jij ‘bladmuziek’ wil kopiëren of openbaar wil maken. Als de makers van de muziekwerken zijn aangesloten bij FEMU, dan kun je bij FEMU toestemming regelen. Zijn de makers niet aangesloten bij FEMU, dan blijven zij bevoegd om die toestemming te verstrekken. De toestemming wordt omschreven in een gebruikslicentie. Dat is een overeenkomst met allerlei gebruiksvoorwaarden en verslagleggingsverplichtingen en, niet geheel onbelangrijk, de vergoeding die je voor het muziekgebruik moet betalen. Die vergoeding wordt vervolgens uitgekeerd aan de aangesloten rechthebbenden.
Bladmuziek
Wacht, misschien even een stap terug. Bladmuziek? Als je niet in de muziekscholen-business, in een koor, orkest of pianohandel zit, dan denk je hier misschien niet zo snel aan. Je hebt het wellicht weleens voorbij zien komen in je publishing-overeenkomst, maar jouw uitgever begint je dan vaak glazig aan te kijken als je vraagt hoe de exploitatie op dat vlak is verlopen. Wat is het dan? FEMU hanteert een vrij brede definitie van bladmuziek:
“Elke denkbare grafische weergave van muziekwerken en/of muzieknotaties van muziekwerken met of zonder woorden en/of afzonderlijke liedteksten, verschenen in geschreven, gedrukte of andere vorm, waaronder in elk geval – maar niet bij uitsluiting – wordt begrepen (papieren en/of andere digitale/elektrische vormen van uitgaven en/of projectie).”
Muziekgebruiker
We hebben al geprobeerd je zorgen weg te nemen; jij hoeft na die uit de hand gelopen vrijmibo niet te gaan drunk dialen met FEMU. Jij bent namelijk niet de muziekgebruiker. Dit is de aanbieder van de sing-along of karaoke. De volgende keer dat jij (weer) in een karaoke booth op het Leidseplein belandt, mag je ervan uitgaan dat de eigenaar (waarschijnlijk) netjes een licentie heeft afgesloten bij FEMU of de muziekuitgevers zelf zodat jij je favoriete nummertje legaal en/of foutloos mee kunt zingen. Zo hoeven wij allemaal niet te doen alsof we de tekst echt goed kennen en krijgen de auteurs betaald voor ons valse gezang. Win-win. 😉
Maar niet alleen karaoke-aanbieders hebben zo’n licentie nodig. Ook techbedrijven als Google, Spotify en Apple werken samen met FEMU. Zij maken tenslotte ook bladmuziek en songteksten openbaar. Zo kan Sander in alle rust zijn favoriete karaokenummer, Wonderwall van Oasis, thuis via Spotify oefenen voor de eerstvolgende keer dat hij weer in een karaoke booth staat. 😛
Auteursrechtelijk beschermd werk
Voor de FEMU-vlieger moet het wel gaan om auteursrechtelijk beschermde bladmuziek. Van een beschermd werk is sprake wanneer het een eigen oorspronkelijk karakter draagt met een persoonlijke stempel van de maker. Anders verwoord: een eigen intellectuele schepping VAN EEN MENS waarin vrije en creatieve keuzes en de persoonlijkheid van de maker tot uitdrukking komen. Voor AI-slop geldt de regeling dus niet. Maar goed, dat wil toch niemand zingen. Let wel; het gaat hier niet om de uitvoering of de opname van muziek, maar dus echt om de onderliggende tekst en compositie.
Wil je meer weten over hoe het auteursrecht op werken (zoals de compositie en muziektekst) moet worden uitgelegd? Lees dan dit artikel.
BumaStemra
Zoals gezegd, verschilt de taak van FEMU van die van BumaStemra. Buma verstrekt licenties voor het openbaar maken van muziek wanneer het hoorbaar wordt gemaakt. Bijvoorbeeld voor het afspelen van muziek op de radio, op tv of in openbare gelegenheden. Stemra daarentegen verleent licenties voor de mechanische reproductie van muziek: de vastlegging van een werk op een fysieke drager, zoals een cd of vinyl. Voor streaming via bijvoorbeeld Spotify speelt een soort overlap tussen Buma en Stemra – en je krijgt dus als rechthebbende via twee routes geld – maar dat is voor nu te technisch om helemaal uit te spitten.
BumaStemra regelt op deze manier de vergoeding voor ruim 35.000 leden, waaronder componisten, tekstschrijvers en muziekuitgevers. Sluit een auteur zich aan bij Buma, dan regelt Buma de vergoeding voor de momenten waarop het werk ten gehore wordt gebracht zonder te worden getoond. Sluit een auteur zich aan bij Stemra, dan regelt Stemra de vergoeding voor de mechanische reproductie van dat werk.
BumaStemra incasseert dus niet voor (visuele) bladmuziek. Of ja, niet meer: Stemra incasseerde tot 2016 enige tijd wel voor bladmuziek en muziekteksten, tot die taak overging naar de nieuw opgerichte FEMU.
Het is echter nog maar de vraag of de meeste gebruikers eigenlijk wel van het bestaan van FEMU weten. Waarschijnlijk niet, terwijl FEMU sindsdien wel degelijk relevant is voor een steeds bredere groep gebruikers, zeker als je eigen uitgever daar niets mee doet. Tip: check dit dus even. Misschien loop je anders geld mis.
De doorbraak van karaoke in Nederland
‘Karaoke’, vertaald vanuit het Japans naar het Nederlands, betekent ‘leeg orkest’ en dat terwijl het fenomeen zeker geen feestje voor in je eentje hoeft te zijn. Sinds 2017/2018 groeide de karaoke “op de Japanse manier” hard in Nederland, met de opkomst van private karaokerooms zoals The Duke of Tokyo in Amsterdam en in Utrecht.
Het is best opvallend dat de overname door FEMU plaatsvond zo’n anderhalf tot twee jaar voordat de karaokegolf in Nederland goed op gang kwam. Toeval of niet, FEMU zelf heeft de oprichting nooit expliciet aan de trend gekoppeld, maar de timing pakte in elk geval gunstig uit: karaoke-aanbieders behoren inmiddels tot een van de belangrijkste doelgroepen waarvoor een FEMU-licentie relevant is.
De relevantie
Steeds vaker wordt er meegezongen aan de hand van bladmuziek en muziekteksten. Het klassieke voorbeeld is de bladmuziek voor orkesten en het muziekgebruik op muziekscholen. Maar we leven inmiddels in een digitaal tijdperk, waarin muziekteksten steeds vaker ook in beeld verschijnen bij concerten, denk aan de Toppers, en natuurlijk bij karaoke.
Daarnaast dragen ook commerciële sing-along-formats bij aan het belang van FEMU. Studio 100 weet als geen ander hoe je een succesvol format naar meerdere seizoenen doortrekt. De meerdere seizoenen van K2 zoekt K3 en K3 zoekt K3 zijn daar goede voorbeelden van. En het nieuwste project: de Studio 100 SingAlong. Net als bij een sing-along-vertoning brengt zo’n format de songteksten letterlijk in beeld, zodat het publiek kan meezingen. Precies het soort gebruik waarvoor FEMU een licentie verstrekt.
Hetzelfde geldt voor de sing-alongs van Disney. Denk even terug aan die van High School Musical.
Maar wil je als eigenaar van een karaoke booth al deze nummers aanbieden, dan wordt het al snel een contractenbrij: voor Disney moet je een deal maken met Universal Music Group, voor de nummers van Roxy Dekker bij Warner zijn, en voor Oasis weer bij Sony Music, die via The Orchard werkt. Dat zijn dus nogal wat afzonderlijke contracten om van elk nummer legaal gebruik te mogen maken.
Precies daar biedt FEMU een uitkomst: één licentie, in plaats van een stapel losse onderhandelingen met elke uitgever of maatschappij afzonderlijk.
Het doel
FEMU ziet zichzelf in eerste instantie niet als een handhavingsorganisatie, zo stelt zij zelf, en legt daarom liever eerst contact wanneer muziekaanbieders of muziekgebruikers gebruikmaken van bladmuziek en/of muziekteksten.
Het doel van FEMU is dan ook dat een vergoeding voor bladmuziek op de langere termijn net zo vanzelfsprekend wordt als elke andere kostenpost die nodig is wanneer iemand bladmuziek openbaar maakt. Dat geldt niet alleen voor de voor de hand liggende gevallen zoals het orkest of de karaoke booth, maar ook voor concerten of festivals waarbij liedteksten op schermen verschijnen zodat het publiek ze kan meezingen.
Iets waar je dus ook als organisator van evenementen rekening mee zal moeten houden bij de eerstvolgende editie, als je muziekteksten op deze manier openbaar maakt.
Toch is die coulante, niet-handhavende houding geen vrijbrief. Dat FEMU liever in gesprek gaat dan meteen naar de rechter stapt, betekent niet dat de licentieplicht vrijblijvend is. Als collectieve beheersorganisatie heeft FEMU namelijk wel degelijk de bevoegdheid om te handhaven wanneer dat nodig is.
Heeft FEMU inmiddels contact met jou opgenomen? Of vraag je je juist af welke licentie voor jouw situatie nodig is? Wij kijken graag met je mee.


No responses yet