De Kapotte Kachels vs. ABBA
ABBA is zeker niet de enige die af en toe een gokje waagt. De Brabantse carnavalsband De Kapotte Kachels waagde het erop in de rechtszaak tegen Universal/ABBA bij de rechtbank Midden-Nederland.
De rechtszaak in het kort
C.V. De Kapotte Kachels maakten eind 2025 het nummer ‘Dikke Pens (Clap Your Pens)’ en waren de winnaar van Kies je Kraker, de carnavalshit-van-het-jaar-verkiezing van Omroep Brabant. De Kapotte Kachels zetten het nummer op Spotify. Wat bleek: ‘Dikke Pens’ leek wel verdacht veel op de hit ‘Take A Chance On Me’ van ABBA. Daar had ABBA niet zo’n zin in. Daarom liet Universal het nummer namens ABBA offline halen. De Kachels waren het daar niet mee eens en dat resulteerde in een rechtszaak.
Om die reden was het afgelopen maand aan de rechter om te oordelen of het offline halen van ‘Dikke Pens’ terecht was. In een notendop: Ja.
Maar waarom?
Argumenten van De Kapotte Kachels
De Kapotte Kachels stellen zich op het standpunt dat ‘Dikke Pens’ kwalificeert als een toegestane parodie in de zin van artikel 18b Auteurswet. In dat artikel staat het volgende:
“Als inbreuk op het auteursrecht op een werk van letterkunde, wetenschap of kunst wordt niet beschouwd de openbaarmaking of verveelvoudiging ervan in het kader van een karikatuur, parodie of pastiche mits het gebruik in overeenstemming is met hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is.”
Dit artikel maakt onderdeel uit van de beperkingen op het auteursrecht. De gedachte erachter is dat het auteursrecht een exclusief recht van de maker of rechthebbende is om te besluiten wat er met een auteursrechtelijk beschermd werk mag worden gedaan, behalve als dat recht beperkt is. De exclusiviteit wordt in zekere zin afgezet tegen de beperkingen en daar vindt een belangenafweging in plaats. Het gevolg is dat een beperking op het exclusieve recht – zoals een parodie – dan dus geen inbreuk maakt op het auteursrecht en dat gebruik onder een parodie is toegestaan.
Kortom: De hoofdregel in het auteursrecht is dat je niets mag gebruiken van een ander, als je daar geen toestemming voor hebt. Echter, de parodie is daar dus een uitzondering op.
Volgens de band is uitsluitend de melodie van het ABBA-nummer als uitgangspunt genomen. De tekst daarentegen zou geheel zelfstandig en origineel geschreven zijn, met humor dan wel spot. De Kapotte Kachels vorderen dan ook dat hun bewerking daarom wordt aangemerkt als toegestane parodie.
Benieuwd naar de aanloop van deze zaak in 2025? Eerder schreven wij al over het ontstaan van dit geschil en carnaval: https://backstagelegal.nl/2025/11/16/parodie-carnaval/.
Artikel 18b Auteurswet: de parodie-exceptie
De vraag die dan moet worden is: wat betekent “mits het gebruik in overeenstemming is met hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs geoorloofd is“?
Volgens het Europese Hof, in de zaak Deckmyn / Van der Steen (inderdaad, die van Suske & Wiske), dient een parodie “wezenlijke kenmerken te hebben die aan de ene kant een bestaand werk oproepen, terwijl zij daarvan duidelijke verschillen vertoont, en aan de andere kant een uiting van humor of spot vormen“.
Eigenschappen parodie
Dus:
- Wezenlijke kenmerken;
- Verwijzend naar bestaand werk;
- Met duidelijke verschillen;
- Uiting van humor of spot.
Een parodie hoeft niet aan de volgende mythen te voldoen:
- Een parodie geen eigen oorspronkelijk karakter te hebben, naast de duidelijke verschillen met het oorspronkelijk werk;
- Zij hoeft niet duidelijk toerekenbaar te zijn aan iemand anders dan de maker van het originele werk;
- De humor of spot niet per se gericht te zijn op het oorspronkelijke werk zelf;
- De bron van het oorspronkelijke werk hoeft niet te worden vermeld.
Verhelderend, aangezien het nog soms onduidelijk was hoe de parodie in verhouding dient te staan tot het oorspronkelijke werk of de maker zelf. Gevoelsmatig zou je zeggen dat een parodie moet gaan om het oorspronkelijk werk, maar dat is dus niet zo.
Belangenafweging
We zijn er dan echter nog niet. Om te beoordelen of iets een toegestane parodie is, moet ook een belangenafweging plaatsvinden tussen de belangen en rechten van enerzijds de auteursrechthebbende en anderzijds de vrijheid van meningsuiting. Daarbij speelt ook het het gelijkheids- en non-discriminatiebeginsel een rol.
De belangenafweging maakt de beoordeling voor de parodie-exceptie subjectief en dient beoordeeld te worden aan de hand van alle omstandigheden van het concrete geval; dus een beoordeling per nummer en per context.
Bij die beoordeling zijn volgens de rechtbank van belang:
- De aard en omvang van de overname van het oorspronkelijke werk;
- De mate waarin het oorspronkelijke werk herkenbaar blijft;
- De functie die het oorspronkelijke werk vervult binnen de nieuwe uiting;
- De mate waarin de humoristische of spottende boodschap afhankelijk is van het gebruik van juist dat werk;
- De wijze waarop het nieuwe werk wordt verspreid en geëxploiteerd, en
- De belangen die de rechthebbende heeft bij bescherming van zijn werk.
Driestappentoets auteursrecht
Vervolgens mag de parodie in bepaalde bijzondere gevallen geen afbreuk doen aan de normale exploitatie van het (oorspronkelijke) werk en mag het de wettige belangen van de rechthebbende niet onredelijk schaden. Dit wordt de zogenaamde ‘driestappentoets’ genoemd. Aan de hand van die toets wordt beoordeeld of een auteursrecht mag worden ingeperkt.
Wanneer een rechthebbende zich beroept op belangen die verband houden met de reputatie van de auteur of de integriteit van het werk, kunnen deze belangen worden betrokken bij de hiervoor bedoelde belangenafweging.
De beoordeling
Tussen De Kapotte Kachels en Universal Music Publishing (namens ABBA) was niet in het geding of er sprake was van een voldoende mate van verschillen en een uiting van humor en spot. De zaak ging met name over de belangenafweging. Daarbij speelden de volgende indicaties een rol:
- Omvang en gebruik van ‘Take A Chance Oon Me’;
- Commerciële exploitatie;
- Geen tijdelijk karakter en groot bereik;
- Associatie, en
- Vrijheid van meningsuiting.
Omvang van het gebruik van het nummer
De rechtbank oordeelde dat herkenbare melodielijn van het nummer van ABBA gedurende het hele carnavalsnummer te horen is. Daarmee is de melodie van ABBA direct herkenbaar gezien haar algemene bekendheid. De muzikale kern van ‘Take A Chance On Me’ blijft herkenbaar aanwezig, ondanks dat de songtekst van ‘Dikke Pens’ afwijkt. Omvang en gebruik: groot / veel.
Commerciële exploitatie
Van belang is dat De Kapotte Kachels ‘Dikke Pens’ commercieel hebben geëxploiteerd en wilden blijven exploiteren. Let wel; dit doen zij via Major Fifth B.V. en dus via een geregistreerd bedrijf met een zekere omzet en winst. Het nummer stond op Spotify, waarmee een groot publiek wordt bereikt en de streams tot inkomsten leiden. Daarnaast willen zij via het platform bekendheid verwerven en online vindbaar zijn om boekingen te genereren.
Door de verwijdering van Spotify zijn deze inkomsten weggevallen. De Kapotte Kachels zijn met het nummer niet minder vindbaar online. Daaruit blijkt het commerciële belang van De Kapotte Kachels. Dit belang komt eveneens tot uiting in de verschillende vorderingen, zoals de aanmerking als naburige rechthebbenden en fonogrammenproducent. Ook daaruit spreekt het commerciële belang, aangezien deze status de mogelijkheid biedt om inkomsten te ontvangen via Sena.
Het commerciële belang van De Kapotte Kachels is gelegen in het aanbieden en verder exploiteren van het nummer. Dit staat los van de vraag of ABBA daardoor rechtstreeks inkomsten misloopt.
Geen tijdelijk karakter
Doordat het nummer via Spotify en andere streamingdiensten wordt gedistribueerd, is het wereldwijd en zonder tijdsbeperking voor het publiek beschikbaar. Dit onbeperkte, blijvende karakter is opvallend, omdat eerdere rechtszaken juist zagen op tijdelijke of aan een specifieke periode gebonden verspreiding. Zo werd de reclame van Danny’s Autopaleis na verloop van tijd weer offline gehaald. De Suske & Wiske / Deckmyn-zaak ging een papieren kalender die slechts voor een bepaalde periode gold. Dat maakt de ABBA-zaak een van de eerste zaken waarin de blijvende- en wereldwijde beschikbaarheid een rol speelt.
Het mogelijke argument dat zo’n nummer alleen net voor en net na carnaval wordt gedraaid, lijkt mij overigens onjuist. Niet alleen duurt het ‘officiele’ carnavalsseizoen van d’n 11e van d’n 11e tot na carnaval (februari / maart) en dus 3-4 maanden per jaar, maar ook daarbuiten wordt carnavalsmuziek vaak gedraaid in apres-ski-context, op studentenverenigingen en door mensen die dit door het jaar heen ook te pruimen vinden. Maar goed; het zwaartepunt ligt inderdaad wel rondom carnaval. Al vermoed ik dat het nummer in de aanloop en de context van deze zaak daarbuiten ook flink wat exposure heeft gekregen. In die zin: time + money well spent? Het gaat er (vooralsnog) niet om of, wanneer en waar de muziek wordt gedraaid of beluisterd, maar of het blijvend en breed beschikbaar is en de vraag moet bevestigend worden beantwoord.
Associatie
Door het permanente karakter van de parodie blijft ook de associatie met het oorspronkelijk nummer voortduren. Daardoor blijft ABBA dus gekoppeld aan een thema waarmee zij niet geassocieerd willen worden; aan hun dunne lijf geen dikke polonaise dus. Dit terwijl er geen sprake is van discriminerende of anderszins ontoelaatbare uitingen; het betreft slechts een nummer over ‘diklijvigheid’. Maar goed, ABBA wil dat dus niet en de rechter gaat daarin mee.
Omvang van de Dikke Pens
Het grote bereik van het nummer zou daarbij blijken uit het feit dat het nummer in korte tijd meer dan 1 miljoen streams zou hebben behaald. Daardoor is er volgens de rechter sprake van een voortdurende en in tijd onbeperkte associatie tussen het oorspronkelijke werk en het carnavalsnummer. Ik volg dat standpunt en die koppeling niet helemaal, want je weet niet precies waar en van wie die streams komen. Het feit dat er zoveel streams zijn behaald, zegt niets duidelijks over de associatie. Laat staan of deze voortdurend dan wel in tijd onbeperkt is.
Vrijheid van meningsuiting
Hier zit een interessante nuance in voor de parodie-exceptie. ‘Dikke Pens’ kan dan wel offline gehaald zijn, De Kapotte Kachels kunnen het nummer nog steeds uitvoeren tijdens liveoptredens (ook met carnaval) en televisieoptredens. Beeldopnames van live-uitvoeringen mogen op platforms zoals YouTube worden geplaatst. Het bezwaar van ABBA ziet op de commerciële exploitatie van Dikke Pens online, via de radio en fysiek; dus CD’s, LP’s, etc.
Ik volg dat standpunt ook niet helemaal. Uitvoeren nog wel, maar opnemen, uitzenden, etc. niet. Dat is toch ook commercieel gebruik met een blijvend resultaat en een soort visitekaartje voor je band? Het lijkt alsof hier al dan niet bewust met twee maten wordt gemeten. Of is dit juist tactisch vernuft van ABBA om de vrijheid van meningsuiting niet helemaal te beperken en ‘klein gebruik’ toe te staan?
Chilling effect
De Kapotte Kachels namen de toekomst van mogelijk meer carnavalsnummers mee in het verweer. Het gevaar van een chilling effect werd niet aanwezig geacht. Voor de parodie-exceptie moet daarvoor gekeken worden naar de omstandigheden van het concrete geval. De uitspraak is dan ook niet leidend voor toekomstige carnavalsnummers. Dat is goed ook: de parodie-exceptie is een uitzondering op het exclusieve recht van de maker van een werk en moet naar mijn mening – na een belangenafweging – ook zo behandeld worden. Niet als eerste recht an sich, maar als een uitzondering daarop. Om een uitzondering te zijn, moet je eerst kijken naar wat de hoofdregel is.
Ik vind het chilling effect-argument vooral belangrijk bij politieke spotprenten en satire. Een te restrictieve uitleg zou publieke kritiek kunnen ontmoedigen, vooral wanneer de parodie een bekend werk nodig heeft om haar boodschap begrijpelijk te maken. Een carnavalsnummer dat door een BV wordt geëxploiteerd, inkomsten oplevert en optredens vergaard, is naar mijn mening wezenlijk anders.
Ja, maar zij…
Met vingers wijzen naar andere parodieën van bekende nummers leverde weinig goed nieuws voor De Kapotte Kachels op. Het bestaan van andere parodieën kan uiteenlopende betekenissen hebben: partijen kunnen misschien niet bekend zijn met het bestaan van de parodie, of ervoor hebben gekozen om niet op te treden. Dat is voor de maker van de parodie een ‘mooie’ meevaller. De beoordeling van een parodie is case-by-case. Wat voor anderen geldt, hoeft hier niet te gelden. Dat werkt twee kanten op: als een andere parodie niet is toegestaan, hoeft dat voor jouw carnavalskraker niet gelijk ook zo te zijn.
En de pastiche-exceptie dan?
Die werd in het vonnis van Rechtbank Midden-Nederland niet meegenomen en we weten niet in hoeverre dit een rol heeft gespeeld in deze zaak. Een pastiche is in het algemeen een herkenbare artistieke imitatie of nabootsing van de stijl, vorm of kenmerkende elementen van een bestaand werk of oeuvre, maar die tegelijk voldoende van het nagebootste werk verschilt. Het doel hoeft niet spottend te zijn; een pastiche is bijvoorbeeld juist een (niet-grappige) artistieke dialoog, hommage of creatieve bewerking.
Het Hof van Justitie heeft voor parodie benadrukt dat het nieuwe werk een bestaand werk moet oproepen, daarvan merkbaar moet verschillen en een uitdrukking van humor of spot moet vormen. Voor pastiche ligt de nadruk meer op herkenbare imitatie en creatieve dialoog.
Een bekende zaak over de pastiche-regeling is de Pelham-zaak over de Kraftwerk-sample van Metall Auf Metall.
Duur grapje voor de Kapotte Kachels
De rechtbank staat de parodie-exceptie niet toe, vanwege bovengenoemde onderdelen. Er is geen rechtvaardiging voor de commerciële exploitatie van Dikke Pens. De Kapotte Kachels worden in het ongelijk gesteld. Gevolg? Aangezien het een intellectuele eigendomszaak betreft, worden zij veroordeeld tot betaling van de proceskosten van Universal / ABBA: EUR 21.903,00.
Aan de andere kant: als je de proceskosten ziet als marketing budget… Meer mensen dan voorheen kennen CV De Kapotte Kachels nu.
Wijze les
Artikel 18b van de Auteurswet is geen algemene vrijbrief om andermans werk, stijl of materiaal te gebruiken. Dat gezegd hebbende, mag het recht om een parodie te maken ook niet onevenredig worden beperkt.
De Kapotte Kachels-zaak levert onze jurisprudentie wel een aantal interessante gezichtspunten en kaders op. Voor een beroep op de parodie-exceptie komt dus meer kijken dan alleen, kort gezegd, humor en verschillen. Daarbij is het goed om het tijdelijke karakter en het commerciële belang goed in de gaten te houden, want met name op deze twee punten zijn de Kapotte Kachels nat gegaan.
Dus check voor de parodie-exceptie:
- Zijn er duidelijke verschillen met het oorspronkelijke werk?
- Vormt de parodie een uiting van humor of spot?
- Is er geen sprake van discriminerende of anderszins ontoelaatbare uitingen?
- Hoeveel van het origineel wordt letterlijk overgenomen (melodie, tekst, arrangement)?
- Wordt het werk verspreid via commerciële kanalen (Spotify, streaming, radio)?
- Worden er inkomsten gegenereerd zoals streams en boekingen?
- Is de verspreiding tijdelijk of gebonden aan een specifieke gelegenheid, of permanent en wereldwijd beschikbaar?
- Blijft er ruimte voor alternatieve exploitatie (bijv. live-uitvoeringen) los van de betwiste commerciële exploitatie?
Vragen aan een auteursrechtadvocaat met kennis van carnaval?
Krijg jij als rechthebbende te maken met een parodie op jouw werk, of heb je zelf een parodie gemaakt en wil je weten of dit auteursrechtelijk is toegestaan? Wij hebben een speciaal team hiervoor ingericht van mensen die daadwerkelijk van beneden de rivieren komen en carnaval vieren of hebben gevierd. Experts.
Wij nemen jouw werk / carnaval serieus, ook buiten het seizoen.
Dit artikel werd geschreven door Megan van Strien en Sander Petit.


No responses yet